"Agrarische sector heeft toekomst" - Robert ten Kate

Voedselmakers en -veranderaars vertellen hoe ze in agrifood regio Noordoost-Brabant werken aan de slimste en duurzaamste voedselketens. Echte durvers, doeners en doorzetters. Wie zijn ze, wat zijn hun dromen en hoe maken ze die waar? Deze Verhalen brengen alle facetten van voedselinnovatie in Noordoost-Brabant in beeld. 

 

'Mijn ideaalplaatje? Dat de Nederlandse jonge boeren, maar ook hun ouders, het vertrouwen houden dat er een toekomst is voor hun vak en voor hun bedrijf.’ 
Robert ten Kate

08 mei 2020

Robert ten Kate (26) volgde een hbo-opleiding in communicatiemanagement. Hij is een gedreven communicator en kreeg een speciale vermelding bij Food100. Robert wordt gezien als inspirator die op een geheel eigen manier bijdraagt aan een beter voedselsysteem. Wie is deze jonge changemaker en wat drijft hem?

WAT IS JE ACHTERGROND?
Ik ben een boerenzoon. Samen met mijn tweelingbroer groeide ik op tussen de melkkoeien. Ik heb altijd de kans gekregen om het melkveebedrijf van mijn ouders over te nemen, maar maakte een andere keuze. De kwaliteiten die nodig zijn om een boerenbedrijf succesvol te runnen, zag ik namelijk niet één, twee, drie bij mezelf, maar wél bij mijn ‘jongere’ broertje. Mijn moeder stimuleerde me om wat mijn communicatieve talenten te doen. Toen ben ik communicatiemanagement gaan studeren aan Fontys Hogeschool. Bij alles wat ik doe, houd ik de focus op de landbouw. Dát is de sector die mij energie geeft. Ik zet me ervoor in dat boeren en dan vooral jonge boeren, het vertrouwen houden in hun vak, vertrouwen in de toekomst.

WAT HEBBEN JONGE BOEREN VOLGENS JOU NODIG?
Geloof in zichzelf en het hebben van vertrouwen in de voedselsystemen van de toekomst. Het begint met het vertrouwen van hun ouders, van de bank maar ook van de overheid om het vak te kunnen uitoefenen. Dit in combinatie met het zelfvertrouwen om succesvol boer te worden. Ik geloof dat daarin de communicatie met je omgeving heel belangrijk is. De gunfactor van je omgeving bepaalt namelijk mede je succes. Veel meer dan dat we nu bewust zijn. Als je oprecht de goede dingen doet voor je omgeving en dat ook zichtbaar maakt, dan pluk je daar vroeg of laat de vruchten van.

WELKE ROL SPEEL JIJ DAARIN?
Bewust en onbewust ben ik altijd bezig met de communicatie tussen wat vaak als twee verschillende werelden wordt gezien. Die van de boer en van de omgeving daaromheen. Ik heb zelf beide werelden in mij; sta met één been in de landbouw door mijn familie, en met één been erbuiten door mijn studie en communicatie-achtergrond. Blijf met elkaar in gesprek, is mijn boodschap aan iedereen! Tegen boeren zeg ik, kijk verder dan je eigen erf en ben je bewust van de processen die buiten je erf spelen maar wel een grote invloed hebben op wat er óp je erf gebeurt! En voor de maatschappij geldt; besef waar ons eten vandaan komt. Voedselzekerheid is géén zekerheid! Daar heb ik de afgelopen jaren onder andere over geschreven in landbouwvakbladen, waarvan een aantal artikelen ook in landelijke dagbladen als opiniestuk werd opgenomen. Opvallend is dat mijn artikelen een breed lezerspubliek lijken aan te spreken, van de meest radicale activisten tot (jonge) boeren en politici.

Hoe bereik jij deze groepen uit de ogenschijnlijk verschillende werelden?

Ik begeef me actief in al die groepen. Zo bezoek ik landbouwvakbeurzen en volg ik politieke debatten, maar doe ik ook mee met duurzaamheidsdenktanks in Amsterdam en ga ik naar bijeenkomsten van dierenactivisten. Wat ik dan merk, zowel bij boeren als bij niet-boeren, is dat mensen heel erg bezig zijn met begrip hebben voor elkaar, en dan vooral het stuk ‘begrip krijgen’ van de ander. Vaak merken we dan dat dat niet lukt, omdat we een belangrijke stap overslaan: elkaar begrijpen.

WAT BEDOEL JE PRECIES?
‘Begrip’ en ‘begrijpen’ zijn twee verschillende dingen. Pas als je van elkaar begrijpt waarom je doet wat je doet, kun je weten waarom dingen gaan zoals ze gaan en daarop inspelen en mee omgaan. Dat kan leiden tot wederzijds begrip, maar dat is niet eens altijd nodig om verder te komen. Dat merkte ik bijvoorbeeld bij een bijeenkomst van Animal Rights, waar ik ruim een jaar geleden was.

Door daar te zijn en naar mensen te luisteren, begrijp ik wat deze kleine groep mensen beweegt om in te breken in stallen, iets waar ik nooit begrip voor op zal kunnen brengen. Die ervaring heeft me geleerd dat we als veehouders moeten nadenken over hoe we hier op een goede manier mee omgaan, omdat zulke groepen in staat zijn om de norm te verschuiven. Als toekomstgerichte veehouder, voor wie écht wel een plek is in de maatschappij, moet je zo’n normverschuiving voor willen zijn en daar zélf invloed op uitoefenen. Dat probeer ik (jonge) boeren mee te geven. De jonge boeren heb ik de afgelopen jaren ook kunnen bereiken als bestuurder en vicevoorzitter van het Brabants Agrarisch Jongeren Kontakt en dus door het schrijven voor agrarische vakmedia. In mijn huidige werk als communicatieadviseur voor LTO Nederland in Den Haag is mijn werkveld overigens breder dan alleen de jonge boeren.

Je was door anderen genomineerd voor Food100 voor jouw inzet voor de jonge boeren, de voedselmakers van morgen.

Ja hoe bijzonder was dat! Ik houd niet zo van lijstjes, maar ben erg trots op mijn bijzondere vermelding door Food100. Een vorm van waardering die mij bevestigt dat ik goed bezig ben. Food100 is een podium om jezelf te laten zien maar ook om andere voedselveranderaars te ontmoeten en om nieuwe ideeën op te doen. De vermelding heeft voor mij nieuwe deuren geopend naar nieuwe netwerken en gelegenheden die helpen om uit te dragen dat de agrarische sector een bloeiende sector is die waardering verdient en waarin generaties boeren vol vertrouwen in zichzelf en in hun vak werken aan het voedsel van de toekomst. Dat is ultieme duurzaamheid.

ULTIEME DUURZAAMHEID, WAT IS DAT VOOR JOU?
Duurzaamheid houdt voor mij in dat je in staat bent om iets te kunnen laten voortbestaan. De gedachte dat je de boerderij, de grond, de dieren en alles eromheen, beter overdraagt dan dat je het hebt gekregen, dat is ultieme duurzaamheid. Als mijn broertje niet rond zijn vijftiende al had aangegeven dat hij het bedrijf van onze ouders zou willen overnemen, dan hadden mijn ouders andere keuzes gemaakt. Al hun bedrijfskeuzes in de afgelopen jaren waren gericht op de toekomst omdat ze weten dat hun bedrijf wordt voortgezet. Dat principe van ‘je boerderij beter overdragen dan je het hebt gekregen’ is voor mij de belichaming van duurzaamheid, maar staat wel onder grote druk omdat er steeds minder jonge boeren zijn voor de toekomst.

DE MINISTER VAN LANDBOUW CAROLA SCHOUTEN CITEERDE JOU IN EEN OPENBAAR DEBAT. WAT GEBEURDE ER?  
De minister vertelde me ooit dat ze weleens wat van mij gelezen. Bij de opening van studiejaar van de HAS Hogeschool (2019/2020) waar ik aanwezig was, was zij een van de sprekers.  Ik vroeg haar hoe je als boer vertrouwen moet hebben in de toekomst, kringlooplandbouw moet bedrijven, als activisten je stal inbreken en je in de krant leest dat de veestapel moet worden gehalveerd. Later in die week gebruikte ze die situatie als anekdote in een debat om het gevoel aan te geven dat er onder boeren leeft. De jury van Food100 haalde die situatie nog eens aan. De jury ziet mij als iemand die niet bang is om een confrontatie of juist de dialoog aan te gaan. Ik citeer, want ik vind het best raar om dat over jezelf te zeggen: ‘dat is zeer waardevol in het debat over de toekomst van landbouw en voedsel.’

HOE ERVAAR JIJ DIT CORONATIJDPERK?
Ik kijk ernaar met gemengde gevoelens. Het is jammer om te zien hoe weinig vertrouwen mensen hebben in de beschikbaarheid van voedsel, terwijl juist nu de waarde van onze voedselketen dicht bij huis zichtbaar is. Mensen gingen in eerste instantie hamsteren uit angst dat het voedsel op zou raken, terwijl het in Nederland – in tegenstelling tot in andere landen – wel héél raar moet lopen voordat er een tekort zou ontstaan. Maar het geeft aan dat er bij mensen tóch ergens waardebesef zit van de Nederlandse land- en tuinbouw. Ook worden zoveel mooie initiatieven gestart, zoals de online platforms om agrarische producten rechtstreeks bij de consument te krijgen. Die voorkomen dat er voedsel wordt verspild; mensen gaan nu letterlijk de boer op. Het beste van mensen komt nu naar boven; je ziet veel creativiteit en innovatie. Zelf ben ik geraakt door de initiatieven waarin bedrijven met een overschot aan personeel, zoals de horeca, gekoppeld worden aan bedrijven in de agrarische sector met een overschot aan werk. Mensen die normaal asperges bereiden of serveren, steken ze nu uit de grond. Het gevoel van solidariteit is groot. De agrarische bedrijven die een gunfactor hebben opgebouwd in hun omgeving, hebben daar nu voordeel van. Dat stemt mij zeer optimistisch naar de toekomst toe.

TOT SLOT, HOE ZIE JIJ JE EIGEN TOEKOMST?
Voorheen probeerde ik mijn loopbaan te sturen. Ik heb gemerkt dat ik het veel beter naar mijn zin heb als ik me meer laat leiden door waar ik me toe geroepen voel en toe geroepen word. Daarom denk ik liever niet te ver vooruit en focus ik nu op mijn werk voor LTO Nederland. Vanuit mijn rol als communicatieadviseur wil ik uitdragen dat het zin heeft om vertrouwen te hebben in deze prachtige sector die in verbinding staat met de omgeving. Tegelijkertijd wil ik laten zien – ik zei het al eerder – welke politieke en maatschappelijke processen er buiten het erf spelen en toch grote invloed hebben op wat er óp het erf gebeurt. Dat geldt ook andersom; aan politiek Den Haag en ‘de stad’ laten zien wat er op het boerenerf speelt. Daarin speelt een belangenbehartiger als LTO Nederland een belangrijke sleutelrol die nog weleens onderschat en verkeerd begrepen wordt. Het boerenbelang en het algemeen maatschappelijk belang liggen namelijk niet zo ver uit elkaar als vaak wordt voorgespiegeld. De agrarische sector heeft toekomst!

Robert ten Kate was bij het Melkveebedrijf de Beekhoeve in Haaren, van Alexander Vugts. Zijn zoon Stijn Vugts (16) volgt de MAS in Boxtel en krijgt als jonge boer de kans om dit boerenbedrijf over te nemen.