Het terrein van De Kleine Aarde, dat sinds 2013 leegstond, leeft weer en wordt grondig aangepakt. Een van de drie panden wordt al verbouwd, het tweede is de tijdelijke woon- en werkplek van 32 internationale Avans-studenten. Vanuit het derde gebouw, dat voorlopig tot kantoor is gebombardeerd, kan Geert van der Veer alles overzien.
Onder de eikenboom op het terrein schreef hij in de aanloop naar zijn nieuwste initiatief een brief aan de zevende generatie na hem. “Aan mijn achter-achter-achter-achter-achter-kleinzoon Niek, vernoemd naar mijn vader.” In de brief vraagt hij zich af of er over tweehonderd jaar überhaupt nog menselijk leven mogelijk is.
“Ik leef in een tijd waarin we alles wat oorspronkelijk, degelijk, natuurlijk en goed is, hebben verwaarloosd. We hebben het vervangen door wegwerpplastic, ongezonde voeding, schermen, telefoons, elektronica, kunstmest, chemie. Consumeren, economische groei, geld verdienen, dat zijn de leidende principes in onze maatschappij. Traagheid, rust en degelijkheid zijn vervangen door snelheid, hectiek en kortetermijnoplossingen. De gevolgen zijn enorm en niet meer te overzien.”
Biologenogen
Als student op de HAS Hogeschool in ‘s-Hertogenbosch (nu HAS green academy) stelde Geert de gang van zaken in de agrarische sector al ter discussie. “Hoezo leer ik dat mijn bedrijf straks het landschap mag bepalen en niet andersom? Waarom krijgt de bodem geen aandacht? Ik zag met mijn biologenogen dat waar we mee bezig waren niet klopte. Bij mijn diploma-uitreiking werd ‘de opinieleider’ van de groep naar voren geroepen, dat was ik dus.” Hij moet erom lachen. “Achteraf gezien beschouw ik het als een compliment.”
Vanuit zijn eigen ingenieursbureau Praedium ging hij aan de slag met een kortere weg tussen de producent en de consument. De consument zou een euro blijven uitgeven, maar de boer zou een groter deel krijgen dan tien cent. “Tien jaar later keek ik terug. We deden leuke dingen, maar waren voor mijn gevoel niet veel verder gekomen dan dat potje jam met rood-wit lapje stof en een touwtje eromheen, het streekproduct. Wat ik aan het systeem had gedaan? Helemaal niks.”