Hij heeft een broertje dood aan interviews, als die over hemzelf gaan althans. Maar over AgriFood Capital en zijn betrokkenheid bij de sector raakt hij niet uitgepraat. Afkomstig uit een mkb-gezin in de Achterhoek kreeg Roel de passie voor agrifood met de paplepel ingegeven. Toch nam hij na zijn middelbare school in eerste instantie een heel andere afslag.
“Ik ben geschiedenis en bestuurskunde gaan studeren, en die kennis gebruik ik tot op de dag van vandaag. Als je de wereld wilt veranderen, moet je eerst snappen hoe die nu in elkaar zit. Waarom zijn de dingen zoals ze zijn? Daar zit een geschiedenis achter, van mensen, van systemen, van structuren. Die doorgronden heeft me veel geleerd. Voor mijn afstudeerscriptie koos ik de landbouwcrisiswetgeving van de jaren dertig als onderwerp. Vervolgens kwam ik ‘bij toeval’ terecht bij de NCB (de voorloper van ZLTO, red.). Het cirkeltje was rond.”
‘Je moet jezelf eerst ontwikkelen, voordat je een waardevolle samenwerkingspartner bent’
Verbindend
In 2013 werd Roel gevraagd om als kwartiermaker voor AgriFood Capital aan de slag te gaan. De regio Noordoost-Brabant richtte zich op én de landbouw én de logistieke functie én life sciences én recreatie en toerisme. Geen duidelijk profiel dus. “De vraag ‘wat zijn we nou eigenlijk voor regio en wat bindt ons?’ kon niet worden beantwoord”, vertelt Roel. “Uit onderzoek bleek het de keten van boer tot bord te zijn; die verbindt de hele regio. Met één op de zes banen in agrifood is deze sector voor Noordoost-Brabant economisch een heel belangrijke pijler. En het is ook nog eens een stuwende sector voor andere sectoren met bovendien de nodige maatschappelijke uitdagingen. Een thema dus dat verbindend werkt en dat je bij uitstek regionaal moet oppakken. AgriFood Capital moest een vehikel worden, waarin overheden, bedrijven en kennisinstellingen met elkaar het gesprek konden aangaan. Als we die drie partijen bij elkaar zouden kunnen brengen en ondersteunen in de innovatieopgave om de sector te verduurzamen, dan zouden we een impuls kunnen geven aan de regio. En daarmee ook aan regionaal samenwerken.” Dan, lachend: “Ik ben van de complexe opdrachten en de schier onmogelijke samenwerkingen. Ik hou ervan om mensen in hun kracht te zetten. Om daar een ambitie onder te leggen. Om met elkaar doelen te formuleren en daar vorm en inhoud aan te geven.”