In de Brabantse graanpletterij komen ambacht, duurzaamheid en innovatie samen. Bij binnenkomst in het oudste en meest authentieke pand komt de geur van granen je tegemoet. Uit het vernuftige systeem van buizen, installaties en silo’s klinkt een mechanische cadans. Hier in de pletterij wordt het graan ontdaan van onkruid en ander ongewenst materiaal, op temperatuur gehouden in verschillende silo’s, zo nodig gepeld, dan geschoond, geweekt en geplet tot vlokken. Vervolgens geven de pletmeesters het stokje door aan de mengmeesters. Zij mengen de granen met zaden, noten en gedroogd fruit tot ontbijtgranen. De meesterbakkers zorgen ervoor dat de granola’s in de oven een krokant laagje krijgen. En tenslotte zijn de inpakmeesters verantwoordelijk voor het verpakkingsproces.
Terug naar de basis
Een deel van de productie gaat nog zoals het sinds de oprichting van De Halm in 1977 al ging. Grondlegger Harry van Grinsven werkte tot die tijd bij FrieslandCampina. Daar raakte hij ervan overtuigd dat voeding te ver van de natuur af was komen te staan. Hij besloot terug te gaan naar de basis: biologisch graan. De Halm stond daarmee aan de wieg van biologische voeding in Nederland. Rob kende de oprichter al van jongs af aan. “Mijn opa adviseerde Harry bij de start van het bedrijf en mijn vader zat ook in de graanhandel, maar dan voor veevoer. Ik zag mezelf niet in zijn voetsporen treden. Ondernemen leek me leuk, maar niet in de veevoerhandel die is bedoeld om dieren zo snel mogelijk vet te mesten voor de slacht.”
‘Het oude pand is het hart van ons bedrijf, waar het productieproces nog puur ambachtelijk is’
Overname
Rob koos voor een heel ander pad. Na zijn studie agrarische bedrijfskunde aan de HAS, ging hij als accountmanager aan de slag bij een softwarebedrijf. Totdat De Halm – toen nog een stichting die werd gefinancierd door de nonnen uit het dorp – in 1993 een overnamekandidaat zocht. “Mijn vader belde me op een avond en zei: ‘Goh, De Halm staat te koop’. Ik had er inmiddels zelf stage gelopen en zag er wel iets in. De volgende dag besloten we om ervoor te gaan. Het voelde als een kans om iets moois te behouden én verder te brengen. Harry was enorm gedreven vanuit zijn overtuiging om iets goeds te doen voor de aarde. Maar het commerciële aspect ontbrak. En eerlijk is eerlijk: als je geen geld verdient, blijf je niet bestaan en kun je geen impact maken.”
Puur ambachtelijk
Zonder het ambachtelijke DNA van het bedrijf te verliezen, maakte De Halm een flinke ontwikkeling door. Inmiddels staat er een bedrijf met meerdere panden, 52 medewerkers én een robot. Het afgelopen jaar groeide de omzet met zo’n 30 procent. “Door nieuwe klanten, maar ook doordat bestaande klanten groeien. Want de vraag van de consument naar bio wordt steeds groter”, legt Rob uit. Toch mag De Halm geen massafabriek worden. “Tien jaar geleden stonden we op het punt om alles in één nieuw pand te centraliseren. Dat zou efficiënter zijn, maar we hebben het bewust niet gedaan. Het oude pand is het hart van ons bedrijf, waar het productieproces nog puur ambachtelijk is. Dat willen we per se behouden, ook al is het soms minder efficiënt.”
Verduurzaming
Hij wijst naar de overkant. “We verhuizen over een half jaar wel met de bakkerij, mueslimengerij, glutenvrije ruimte en opslag naar dat pand aan de overkant. Met 650 zonnepanelen op het dak gaan we er onze eigen energie produceren. Dat is nodig, want onze ovens draaien nu nog op gas. De volgende generatie ovens wordt dus sowieso elektrisch. Restwarmte hergebruiken we al en reststromen gaan naar diervoer of biogas. We doen aan verduurzaming wat kan, stap voor stap.”
‘Door data te verzamelen over capaciteit en doorstroming, kunnen we gerichter verbeteringen gaan doorvoeren’
Slimme verbeteringen
Ook op andere vlakken investeert De Halm in slimme verbeteringen. Zo wordt samen met AgriFood Capital gewerkt aan het verbeteren van de arbeidsproductiviteit. Studenten gaan onder begeleiding van experts kijken naar knelpunten in de productie. “De bottlenecks zitten vooral in de pletterij, waar we tegen onze maximale capaciteit aanlopen”, zegt Rob. “Het staat er vol machines en er lopen allerlei stromen door elkaar heen. Door data te verzamelen over capaciteit en doorstroming, kunnen we gerichter verbeteringen gaan doorvoeren. Dat hebben we op de inpakafdeling al gedaan; op verzoek van onze eigen mensen stapelt nu een robot de zware dozen. Dat scheelt fysiek belastend werk en verhoogt de kwaliteit.”
Biologische grondstoffen
Wat onveranderd blijft, is het gebruik van zoveel mogelijk biologische grondstoffen – en dan bij voorkeur uit eigen land. Rob: “70 procent van onze granen is al van Nederlandse bodem. Helaas kunnen we niet alle grondstoffen uit Nederland halen. Onze rijst komt bijvoorbeeld uit Zuid-Italië, de walnoten uit Frankrijk, de pompoenpitten uit Oostenrijk. Is het niet uit Nederland, dan toch in ieder geval uit Europa. Het enige wat niet lukt sinds de aardbeving in Turkije, zijn de rozijnen; die importeren we nu uit Argentinië. Voorop staat dat het biologisch is. Dat we hiermee bijdragen aan biodiversiteit, een gezonde bodem en een gezonder lichaam is voor ons een groot goed.”
Openheid
Openheid is dat ook. Tijdens corona ontwikkelde De Halm een virtuele rondleiding met 360-gradencamera’s. Bezoekers van de website kunnen zo online door de fabriek lopen. “We vinden het belangrijk dat mensen kunnen zien hoe onze producten worden gemaakt”, zegt Rob. “Programma’s als de Keuringsdienst van Waarde laten zien hoe vaak mensen worden misleid. Wij willen daar juist tegenover staan. Eerlijk communiceren, geen verborgen verhalen.”
Robs tip
“Wees open en eerlijk, naar je klanten, leveranciers en medewerkers. Dat brengt zoveel. En betrek mensen bij wat je doet, want samen kom je verder. Dat is wat mij als ondernemer het gelukkigst maakt: samen iets moois neerzetten.”
