Tijdens zijn studies aan de HAS en Wageningen University rolde Teun via stages de sportveldenwereld in. Daarna landde hij bij een jong, snelgroeiend bedrijf in kunstgrasvelden. Op zijn 28e werd hij mede-eigenaar en leerde hij het ondernemerschap in de praktijk. Dat smaakte naar meer, en in 2013 startte hij zijn eigen bedrijf: TopGrass. “In het geweld van de grote bouw- en ingenieursbedrijven die de sector domineerden, was ik een van de Calimero’s”, vertelt Teun. “Kunstgrasvelden werden in die tijd gezien als rocket science, het domein van de grote specialisten.”
Focus verleggen
Toch lukte het hem om ertussen te komen. Omdat de grote spelers sportvelden niet als hun core business beschouwden, kwam er ruimte voor kleinere partijen. Nog een voordeel: “De markt koos niet voor de tent, maar voor de vent”, aldus Teun. “We kenden die markt en ook best wat gemeenten die het ons gunden.” Het bedrijf groeide razendsnel: na twee jaar was de omzet bijna € 10 miljoen. Maar het rendement zakte hard terug. Voor Teun het moment om de focus te verleggen: naar klanten die bij de organisatie passen en naar waar het bedrijf echt goed in is. “Dat is dat wij een heel sterke aannemer zijn en goed kunnen meedenken met gemeenten over de vraagstukken die bij hen leven.”
Betrokkenheid
Waar de gemiddelde kunstgrasleverancier zich vooral richt op de mat – het vezeltje, de technologie – keek Teun al snel verder dan het veld alleen. “Bij een sportpark gaat het ook om hekwerk, bestrating, verlichting en hoe je met de omgeving omgaat tijdens de bouw. Dáár komt de rol van de aannemer echt tot zijn recht.” Vanuit die betrokkenheid kreeg hij ook oog voor de duurzaamheidsopgaven van gemeenten. “Gemeenten richten de leefomgeving in en hebben dus meer op hun bord liggen dan alleen een gaaf matje voor een sportclub. Dan heb je het over thema’s als energietransitie, klimaatadaptatie en klimaatbestendig bouwen. We zijn toen gaan onderzoeken hoe we met nieuwe technologieën aan die bredere vraagstukken kunnen bijdragen.”
‘Eén voetbalveld kan makkelijk een paar honderd woningen van warmte voorzien’
Koerswijziging
Die koerswijziging vroeg om een nieuwe naam: Finovi, een samentrekking van fields en innovations. Met de focus op duurzame innovaties en maatschappelijke waarde. Het bedrijf ontwikkelde zich daarmee van sportveldenbouwer-plus naar partner in de ruimtelijke transitie.
De meest spraakmakende innovatie is het Collectorveld: een systeem dat warmte opvangt en opslaat. “De temperatuur van een kunstgrasveld kan oplopen tot 70 °C”, legt Teun uit. “Om die warmte op te kunnen vangen, leggen we onder de mat een leidingsysteem waar vloeistof doorheen stroomt die opgewarmd wordt. Deze warmte wordt ondergronds opgeslagen of direct gebruikt voor het verwarmen van gebouwen. Heel lucratief, want één voetbalveld kan makkelijk een paar honderd woningen van warmte voorzien.”
Potentiële energiebron
Met dit innovatieve systeem bouwde Finovi op sportpark Strijp in Eindhoven het eerste kunstgrasveld ter wereld dat warmte gaat leveren aan woningen. Nu al verwarmt het systeem een school en een sporthal, en daar komen nog eens een complex van 165 appartementen en 45 losse woningen bij. “Een geslaagde pilot, ja. Juist omdat er zoveel mis ging, waar we enorm veel van hebben geleerd”, vertelt Teun. “Er waren bijvoorbeeld lekkages op simpele koppelingen. We hebben het voor elkaar gekregen om die lekvrij te maken en het veld draait nu op volle toeren. Het mooie is dat Eindhoven sportvelden nu ziet als potentiële energiebron in de verduurzaming van de stad.”
Waterbeheer
Naast energie speelt waterbeheer een centrale rol in Finovi’s innovaties. Een systeem onder de kunstgrasvelden infiltreert regenwater of slaat dit tijdelijk op. Dat helpt bij extreme buien én droogte. Op sportpark Strijp en ook op het Helmondse sportpark De Braak is waterberging toegepast om het regenwater te gebruiken voor bijvoorbeeld de natuurgrasvelden. Daarnaast legt Finovi standaard kunstgrasmatten van gerecycled plastic. Door al deze innovaties is het bedrijf voorloper in duurzame kunstgrasvelden in Nederland. Dat ging niet zonder slag of stoot, zegt Teun: “Onbekend maakt onbemind. Het verbaast me dat vaak juist duurzaamheidsambtenaren er sceptisch over zijn. Terwijl de techniek heel eenvoudig is. Daarom zijn pilotprojecten zo belangrijk. Zodra een systeem werkt, groeit het vertrouwen. Die eerste partij is dus essentieel.”
‘Goed ondernemen kan niet meer zonder duurzaamheid en maatschappelijke betrokkenheid’
Krachtenbundeling
Net als samenwerking. Want het realiseren van duurzame sportvelden vergt krachtenbundeling: tussen gemeenten, energiebedrijven, woningcorporaties en aannemers. Finovi werkt daarom vaak in consortia. In Amsterdam en Haarlem bijvoorbeeld. In plaats van sportvelden traditioneel op technische specificaties aan te besteden, deden de steden samen een uitvraag naar innovatieve oplossingen voor hittestress en water- en energiebeheer. Teun: “Deze aanpak laat zien hoe sportinfrastructuur kan bijdragen aan bredere stedelijke opgaven. De grote partijen vinden dat ingewikkeld, maar voor ons is het precies waar we sterk in zijn.”
MKB Boost-programma
Voor Teun gaan ondernemerschap en duurzaamheid hand in hand. “Onder de streep moet je als commercieel bedrijf gewoon geld verdienen. Maar het landschap is veranderd: goed ondernemen kan niet meer zonder duurzaamheid en maatschappelijke betrokkenheid.” Precies om die reden is hij als expert gevraagd voor het nieuwe kennis- en netwerkprogramma MKB Boost van AgriFood Capital en Rabobank. Het programma brengt mkb’ers samen om te leren van elkaars ervaringen. “Zet ondernemers bij elkaar en er ontstaat een bijzondere dynamiek”, weet Teun uit ervaring. “Heel leuk om in deze setting te vertellen hoe mijn reis als ondernemer is geweest en welke hobbels ik ben tegengekomen.”
Teuns tip
“Blijf bij jezelf en doe wat je leuk vindt – daar ben je meestal het beste in. En verzamel mensen om je heen die jou aanvullen. Want een techniek bedenken en het vermarkten ervan zijn twee totaal verschillende disciplines.”